In gesprek met ... Nancy van Loon

De meerwaarde van een netwerk: stads wonen met een dorps gevoel van geborgenheid

Nancy van Loon (48) bewoont met haar vrouw en zoon een van de veertien woningen rondom een gemeenschappelijke tuin in Eindhoven. De bewoners trekken met elkaar op en zien om naar elkaar. Dat geeft een woongenot dat eigenlijk voor iedereen bereikbaar moet zijn, zo vindt Van Loon. En daarom is dat ook haar missie in haar werk bij Woonbedrijf.  

Een gesprek met een ervaringsdeskundige over de meerwaarde van een netwerk. 

door Corrie de Leeuw, verslaggever Het Juiste Thuis

Als iemand weet dat goed wonen meer is dan de kunst van het ‘stenen stapelen’ dan is het de Eindhovense Nancy van Loon (48) wel: woonachtig in een gemeenschap met gezamenlijke voorzieningen (een zogenoemde Co-house buurt) in nieuwbouwwijk Strijp-R en werkzaam bij Woonbedrijf als strategisch adviseur leefbaarheid.  

De Pixelhof in Eindhoven

We spreken elkaar bij haar thuis, aan de keukentafel. ,,Ja, inderdaad, het is hier wel een beetje als op de camping”, zegt Nancy van Loon als ze vertelt over haar ervaringen met acht jaar wonen aan de Pixelhof. De Vessemse van origine heeft het over ‘stads wonen met een dorps gevoel’: ,,De vrijheid om je eigen keuzes te maken en toch verbondenheid voelen en zorgen voor elkaar.”

Van de kleuterleeftijd tot 70-plus

De veertien huishoudens delen de tuin, een gezamenlijke huiskamer met keuken, een logeerkamer en een klus-en bergruimte. ,,En iedereen pakt zijn rol”, zegt Van Loon. Zo zijn er bijvoorbeeld bouwers (nu bezig met kweekbakken voor de moestuin), organisatoren (van onder meer een maandelijkse filmavond en regelmatig een gezamenlijke maaltijd) en gespreksleiders (die als dat nodig is overleg bij elkaar roepen). ,,We zijn eigenlijk een soort ‘tribe’ geworden", zegt Van Loon lachend. 

Er wordt op kinderen gepast, soms doen bewoners boodschappen voor elkaar of ze laten het hondje van de buurvrouw uit.  

Maar de woningen zijn privé. De jongsten van het veertigtal bewoners hebben de kleuterleeftijd, de oudsten zijn 70-plus. ,,We hebben dus geen knarrenhof gebouwd”, zegt Nancy, ,,er is nog niemand vertrokken of overleden. Er zijn wel door geboorte bewoners bij gekomen.”

Waar bewoners zelf regie hebben, groeit de gemeenschapszin.

Niet de corporatie maar de bewoners zelf kunnen het ‘fixen’

Je zou kunnen zeggen dat Nancy's woonsituatie in het verlengde ligt van haar werk. Of eigenlijk andersom. In haar woonomgeving ondervindt ze dagelijks hoe een goede buurt een sociaal netwerk kan vormen en kan bijdragen aan een fijn woongevoel. Precies waaraan ze bij Woonbedrijf ook werkt. ,,En dat doe je om te beginnen door niet OVER maar MET bewoners te praten”, aldus Van Loon.  

De bewoners ZIJN de buurt en zij zouden de regie moeten hebben. Nancy zegt dat al haar collega's van Woonbedrijf daar ook aan willen werken. ,,Maar we komen van een tijd waarin we vooral voor bewoners aan de slag gingen en weinig samen met bewoners. Een voorbeeld: Wij bezorgen een brief in alle talen over hoe een probleem kan worden aangepakt en daarmee hebben wij ons werk gedaan. Het is aan de bewoners om het op te pikken of niet.” 

Van Loon heeft het over de veranderende ‘mindset’: ,,Als een brief niet het gewenste effect heeft: zoek dan uit hoe dat komt. Vraag het aan de bewoners. Want niet de brief, maar het effect is het doel. Het is een omslag in denken die niet alleen van belang is voor Woonbedrijf-professionals, maar ook voor ambtenaren, sociale wijkteams, zorgpartners en de politie.” 

Bewoners kunnen heel veel dingen zelf fixen. En, zo benadrukt Van Loon, Woonbedrijf-professionals staan klaar om te faciliteren als dat nodig is. Daarbij: waar bewoners zelf regie hebben, groeit de gemeenschapszin.

‘Help buurten om gemeenschappen te worden’

De top drie van oorzaken die een buurt minder fijn maken om er te wonen zijn: 1) afval en verloedering; 2) gebrek aan cohesie; 3) onveiligheid (o.a. door toename van bewoners met onbegrepen gedrag). Het is de overtuiging van Van Loon dat die problematiek veel minder speelt in buurten met samenhang, waarin mensen elkaar kennen, elkaar durven aan te spreken en om hulp durven vragen.  

En dus is de onderliggende opdracht voor buurt-professionals op het vlak van wonen, welzijn, zorg en veiligheid: help buurten om gemeenschappen te worden.  

Daarbij is het superbelangrijk dat de professionals bij organisaties als Woonbedrijf de ruimte krijgen om over te stappen naar die andere aanpak. Nancy van Loon ziet dat het huidige systeem nog te veel gericht is op ‘meetbare quick-fix': ,,Dat wonen fijner wordt als de cohesie in een buurt toeneemt, laat zich nu nog lastig in kaart brengen. Zeker op de korte termijn. Maar we zijn het er in deze regio wel over eens dat het noodzakelijk is om aan die samenhang te werken.” 

Van plofkip naar slow-cooking

Nancy van Loon is optimistisch: ,,Ja, die andere aanpak kost meer tijd, maar zie het zo: we moeten van plofkip naar slow-cooking. En we zitten al midden in die transformatie.” 

Daar komt bij dat de door Van Loon bepleite benadering aansluit bij het huidige tijdsbeeld waarin professionele zorg door de dubbele vergrijzing en personeelstekort zwaar onder druk staat. Mensen moeten daardoor wel veel meer zelf gaan oplossen. Samen met familie, vrienden en vrijwilligers. En dan helpt het natuurlijk enorm als de woonomgeving een sociaal netwerk vormt.  


  • De gemeenschappelijk wonen buurt waar Nancy van Loon en haar gezin wonen is een initiatief van Jelle Houben (architect) en Marco Vlemmix (Bouwen in eigen beheer). 

  • Nancy is bij Het Juiste Thuis lid van de werkgroep Urgentie en Communicatie 

  • Voordat ze bij Woonbedrijf strategisch adviseur leefbaarheid werd, werkte ze onder meer als relatiemanager bij Dynamo en clustermanager bij Lumens. 


maart 2025